Uitrijregeling mest 

Het is toegelaten om dierlijke mest, andere meststoffen en kunstmest te spreiden tijdens de periode van 16 februari tot en met 31 augustus. 

Hier kan je een overzicht van de uitrijperiodes en de aanwendingswijze van de verschillende mestsoorten raadplegen.

Uitzonderingen op niet-derogatiepercelen

  • dierlijke mest op akkers op zware kleigronden is toegelaten van 16 februari tot en met 14 oktober. Klik hier voor een kaartje met de afbakening van de gebieden. 
  • stalmest en champost is toegelaten van 16 januari tot en met 14 november.
    Onder stalmest wordt verstaan: een mengsel van stro en uitwerpselen van runderen, paarden,schapen, geiten of varkens, met een droge stofgehalte van minimum 20% en waarbij het mengsel als vaste mest is ontstaan door het huisvesten van deze dieren in ingestrooide stallen of door het bewerken van dierlijke mest met stro. Mengsels met uitwerpselen van pluimvee worden niet beschouwd als stalmest.
    Onder champost wordt verstaan: afgeoogste champignonmest die overblijft na het telen van champignons. 
  • voor andere meststoffen met trage N-vrijstelling of met lage N-inhoud en bewerkte dierlijke mest met trage N-vrijstelling of met lage N-inhoud is er geen verbodsperiode op voorwaarde dat:
    • het meststoffen met trage N-vrijstelling of met lage N-inhoud betreft, en de producent van de meststoffen hiervoor een attest heeft. Klik hier voor meer info over deze attesten.
      • er is een trage stikstofvrijstelling als de minerale stikstof minder dan 15 % van de totale stikstof bedraagt en als de minerale stikstof samen met de snel vrijkomende organische stikstof lager is dan 30 % van de totale stikstof. 
      • er is een lage stikstofinhoud als de totale stikstof maximum 0,6 kg N / ton bedraagt. 
    • er een kopie van het attest aanwezig is bij het transport en de toediening. Hierop dienst tevens het nummer van het corresponderende mesttransportdocument vermeld te worden
    • de onderstaande gebruiksvoorwaarden worden gerespecteerd:
Soort meststof  Maximale dosering gedurende verbodsperiode Aanwezigheid gewas
Trage N - vrijstelling 30 kg minerale N / ha Gewas aanwezig of binnen 30 dagen na toediening
Lage N - inhoud  30 kg N / ha (waarvan 10 kg minerale N / ha)  Gewas aanwezig bij toediening 

 

Andere verbodsbepalingen

Het is verboden om dierlijke mest, andere meststoffen of kunstmest te spreiden:

  • op zon- en feestdagen, met uitzondering van kunstmest
  • voor zonsopgang en na zonsondergang
  • op drassig, overstroomd, bevroren of besneeuwd land
  • tot 5 m landinwaarts vanaf de bovenste rand van een waterloop: deze afstand bedraagt 10 m vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop die gelegen is in het Vlaams Ecologisch Netwerk, of als de waterloop grenst aan een helling
  • in de Noordzeekustzone op zaterdagen, zon- en feestdagen, met uitzondering van kunstmest

 

Voorwaarden bij bemesting na een hoofdteelt

Op akkers is het verboden om na de oogst van een hoofdteelt vloeibare mest, kunstmest of andere meststoffen (uitgezonderd andere meststoffen die beschikken over een attest, zie hoger) op te brengen tenzij na de hoofdteelt: 

  • ofwel een groente van groep I, II of III als  nateelt wordt ingezaaid
  • ofwel uiterlijk op 31 juli een nateelt ingezaaid wordt
  • ofwel na 31 juli en uiterlijk op 31 augusutus een vanggewas wordt ingezaaid. De hoeveelheid vloeibare dierlijke mest, kunstmest of andere meststoffen (uitgezonderd andere meststoffen die beschikken over een attest, zie hoger) die mag opgebracht worden is beperkt tot maximaal 60kg N/ha voor dierlijke mest en andere meststoffen of tot 30kg N/ha voor kunstmest of effluenten uit de mestverwerking. 

Op akkers in de zware kleigronden is het verboden om na de oogst van een hoofdteelt vloeibare mest, kunstmest of andere meststoffen (uitgezonderd andere meststoffen die beschikken over een attest, zie hoger) op te brengen tenzij:

  • binnen de 15 dagen na de bemesting een vanggewas wordt ingezaaid
  • na de oogst een nateelt die geen vanggewas is, wordt ingezaaid of geplant

 

Voorwaarden bij bemesting van derogatiepercelen

  • kunstmest op derogatiepercelen mag geen P2O5 bevatten 
  • op derogatiepercelen moet 2/3 van de dierlijke mest toegediend worden voor 31 mei 

 

Opslag van vaste dierlijke mest op landbouwgrond

Deze bepaling is van toepassing vanaf 15 november 2013. Het is enkel toegelaten om vaste dierlijke mest op te slaan op landbouwgrond als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 

  • de mest is opgeslagen om te worden gespreid
  • de opslag gebeurt maximaal gedurende 1 maand voor het spreiden
  • de opslag gebeurt van 16 januari tot en met 14 november 
  • de afstand van de opslag tot de perceelsgrens en oppervlaktewater is ten minste 10m
  • de afstand van de opslag tot woningen van derden is ten minste 100m

Voor meer informatie verwijzen we je door naar de website van de Vlaamse Landmaatschappij.